Museum Martena
Voorstraat 35
8801 LA Franeker
T (0517) 39 21 92
E info@museummartena.nl
Bankrekeningnr. steunstichting
Saepck van Vervou:
3490.851.730
(ANBI)
Sluitgewicht
Het sluitgewicht uit 1650 is het depotstuk van deze week.
Pronkkeuken
De pronkkeuken geeft toegang tot het historische gedeelte van het museum. Hier stapt men van de 21ste in de 17de eeuw.
De haard is versierd met een uniek 17de eeuws Makkumer tegeltableau. In de vaste kast staat het gebruiksporselein en de tinnen borden. De grote apothekerskast komt uit het voormalig Psychiatrisch Ziekenhuis in Franeker.
Bel-etage gang
De gang op de bel-etage herbergt een portrettengalerij met portretten van nazaten van Hessel van Martena.
Ook het portret van Worp van Ropta is hier te bewonderen. Waarschijnlijk de opdrachtgever van de oudst bekende renaissancekast van Noord-Nederland die in de tentoonstelling Franeker Verhalen te zien is. Het portret van Worp van Ropta en van Sophia van Vervou (achterkleindochter van Hessel van Martena) zijn bruiklenen van het Rijksmuseum Amsterdam.
Het portret van Sophia van Vervou is zeer bijzonder omdat dit enig bekende zeventiende eeuwse schilderij in Nederland is dat nog nooit uit de lijst is geweest. Hierdoor is de originele 17de eeuwse rijging van het doek in de lijst nog geheel intact.
Het schilderij, dat 174 bij 102,5 cm meet is geschilderd door L.J. Woutersin rond 1630. Sophia of Saepck van Vervou leefde van 1613 tot 1670 en was een nazaat van Hessel van Martena. Ze woonde in het Martenahuis. Daar verpleegde ze Johan Maurits van Nassau-Siegen, beter bekend als de Braziliaan, nadat hij in Franeker door de brug was gezakt.
Franeker Verhalen
Deze tentoonstelling maakt een keuze uit talloze Franeker verhalen en belicht er zes.
-Het Franeker zilver
-De oudst bekende renaissancekast van Noord-Nederland en de geschiedenis van het Klaarkampster Weeshuis
-Belangrijke archiefstukken uit de geschiedenis van Franeker, waaronder een document uit 1504 dat Franeker de belasting op bier voor eeuwig kwijtscheldt!
-Admiraal Tom Pouce, wereldberoemd artiest, slechts 72 centimeter groot
-Jelle Banga, arts, verloskundige en burgemeester van Franeker
-Lammert Lammertsz. Hofstra, die meevocht in de tiendaagse veldtocht en daarvoor van Franeker naar Antwerpen liep en, na een half jaar in krijgsgevangenschap in Noord-Frankrijk, weer terug
Wetterauw-de Vrieszaal
De porseleincollectie van de negentiende eeuwse Franeker verzamelaar Jan Stapert staat in de voormalige burgemeesterskamer te pronk.
In de antieke kasten die tegelijkertijd met het porselein aan de stad Franeker zijn geschonken, staat Chinees en Japans porselein.
Schilderijenzaal
In deze zaal zijn de originele wandvullende schilderijen te zien die rond 1725 speciaal voor deze ruimte gemaakt zijn.
De schilderijen tonen italianiserende landschappen. Verder staan in de zaal antieke vitrinekasten met glas, porselein en de dozen- en kistenverzameling van Nanne Ottema. De muziek die u in deze zaal hoort is van Unico graaf Van Wassenaer, de concerti armonici, die eeuwenlang ten onrechte aan Persolesi waren toegeschreven. Van Wassenaar was getrouwd met Dodonea Lucia van Goslinga uit Franeker. Hun zoon Carel George zou later grietman van Franekeradeel worden.
Universiteitszaal
Hier wordt de geschiedenis van de Franeker Universiteit getoond.
In 1585 werd in Franeker een universiteit gesticht omdat er een groot tekort was aan portestantse predikanten. Een opleiding zou dit nijpende probleem moeten oplossen. Hoewel de theologische faculteit heel belangrijk was, was het een volledige universiteit met vier faculteiten: medicijnen, letteren, rechten en theologie. Franeker was na Leiden de oudste universiteit van Nederland. In de zeventiende eeuw beleefde de universiteit haar hoogtijdagen en bezochten studenten uit heel Europa Franeker om te studeren. Enkele beroemde studenten waren Rene Descartes en Pieter Stuyvesant. In de zaal is een deel van de collectie professorenportretten te zien, de xylotheek en de Orrery.
Coba de Grootzaal
Deze zaal is genoemd naar de voormalige directeur van de huishoudschool in Franeker. Zij had een grote liefde voor hedendaagse kunst en steunde beginnende kunstenaars door aan te kopen.
In deze zaal vinden minstens 6 maal per jaar de tijdelijke tentoonstellingen plaats. Eens oer jaar heeft de winnaar van het Coba de Groot Stipendium hier een solotentoonstelling.
Anna Maria van Schurmanzaal
1607-1678
Anna Maria van Schurman heeft als kind vermoedelijk gewoond in de Martenastins, het huidige onderkomen van Museum Martena. Het verhaal gaat dat zij met haar familie in de Martenastins woonde toen haar vader en broer in Franeker studeerden. Anna Maria van Schurman was de eerste studente, de eerste vrouw die in Nederland aan een universiteit gestudeerd heeft. Dat was niet in Franeker, toen was ze nog te jong, maar aan de universiteit van Utrecht. Reeds als kind was Anna Maria zeer getalenteerd. Haar vader heeft dit al vroeg herkend en gaf zijn enige dochter de kans om zich verder te ontwikkelen. Zo leerde zij Latijn, wat voor een vrouw in die tijd zeer uitzonderlijk was. De voertaal op alle universiteiten was Latijn, waardoor Anna Maria ook op dat niveau mee kon doen. Naast Latijn leerde zij nog een tiental andere talen, waaronder de belangrijkste Euorpese talen, Grieks, Hebreeuws, Aramees, Syrisch en Ethiopisch.
Mechanische Meesterwerkenzaal
Salomo's Oordeel en Kooistra's Kermis
Jan Elzinga besloot in 1900 op 19 jarige leeftijd om zijn baan bij de kluizenfabriek in Grou eraan te geven om thuis aan een mechanisch kunstwerk te gaan werken. Hoewel zijn moeder als weduwe van een karig pensioentje moest leven, kreeg Jan Elzinga toch de kans om zijn droom na te jagen. Hij sloot zich vier jaar op om met het geniale mechanische meesterwerk weer tevoorschijn te komen. Hoewel hij slechts de lagere school had gevolgd en enkele jaren ambachtsschool wist hij met wat eenvoudige werktuigen een voorstelling van 35 minuten lang te maken, waarbij het Bijbelse verhaal nagespeeld wordt van Koning Salomo die moet oordelen over twee vrouwen die vechten om dezelfde baby. In het museum is het kunstwerk niet meer werkend te zien, binnenkort toont een 3D-visualisatie hoe het kunstwerk in elkaar zit.
Jacob Kooistra had van jongs af aan een passie voor de kermis, maar zijn moeder was streng religieus en zij beschouwde de kermis als een werktuig van de duivel. De kleine Jacob mocht dus niet naar de kermis, voer voor psychologen... Als volwassene is Kooistra jaren bezig geweest om een miniatuurkermis te maken van allerlei weggooimateriaal. Naast de draaimolen is er een cakewalk, een poffertjeskraam, een rad van fortuin, een stoommachine en ook de kermiswagens en transportwagens zijn niet vergeten. Na inworp van een muntje begint de muziek te spelen, gaan de lichten aan en begint er van alles te draaien. Voor kinderen en volwassenen een hele belevenis.
Depot
Jan Jansz. de Stomme
Het schilderijendepot is een treurige plek. In het depot bevinden zich de schilderijen die het niet waard bevonden worden om op zaal te hangen, om wat voor reden dan ook. Een museummedewerker met een overactieve fantasie zou in het depot, naast de zachtjes suizende tl-verlichting, ook de fluisterstemmen van de geportretteerden kunnen horen: “kies mij, kies mij…”. Maar één stem wordt niet gehoord en dat is die van Jan Jansz. de Stomme. Zoals uit zijn naam is af te leiden, is hij doofstom geboren en is zijn stem nooit te horen geweest.
In het schilderijendepot van Museum Martena in Franeker hangen twee portretten die zijn toegeschreven aan de in Franeker geboren schilder Jan Jansz. de Stomme. De schilderijen zijn zeer waarschijnlijk zelfportretten van de jonge schilder in zijn leertijd. Beide schilderijen tonen een zelfverzekerde jongeman, de een ten voeten uit, de ander tot zijn middel. In beide portretten is te zien dat het om een schilder gaat. De jonge mannen hebben een palet in de hand, de man ten voeten houdt ook een schilderstok vast. Het portret ten halven lijve zou een close-up kunnen zijn van de in zijn geheel afgebeelde man. Het gaat ontegenzeggelijke om een en dezelfde man, zelfs het afgebeelde kostuum komt precies overeen. Het portret van de in zijn geheel afgebeelde man dateert uit 1634, het andere portret uit 1635. De geportretteerden zijn in beide gevallen 19 jaar oud.
Jan Janszoon werd in 1615 geboren als Jan Voogelesang. Hij was de zoon van de burgemeester van Franeker. Zover bekend heeft Jan Jansz. nooit gebruikt gemaakt van zijn geboortenaam. In officiële akten heet hij De Stomme en ook zijn schilderijen signeert hij op die wijze. Het gelukkige toeval wil dat het verhaal van Jan Jansz. de Stomme voorkomt in een geslachtregister dat tussen 1724 en 1729 is geschreven door Frans der Kinderen. De grootmoeder van Der Kinderen was een Voogelesang en zodoende was Jan Jansz. familie.
“Mijn grootmoeder had een broeder genaamt Jan Voogelesang, dog best bekend bij de naam de Stom van Frieslandt, sijnde stom en doof, dog een heel goet schilder. Hij was de schilder van de vorste van Frieslandt en Oostfrieslandt (waarschijnlijk een dichterlijke overdrijving, MB). Hij was een dechiepel van Rembrandt en hadt hier bij hem gewoondt. Die getuygde dat hij noijt minder moyte met iemandt gehadt heeft als met hem, wandt doen sijn tijt om was en dat mijn grootmoeder het gelt brogt voor de kost, begeerde hij niet en sij, hij heeft mijn dienst profijt genoeg gedaen, soo dat mijn grootmoeder haer gelt weer mee nam. Hij heeft sijne belijdenis in de Gerifformeerde kerk gedaen, het welk op dese manier toe ging. De predikant vroeg mijn grootmoeder en die wees het hem en dan wees hij het antwoordt aen mijn grootmoeder en die sijt het weer aan de predikant en hebbe daer volkoomen genoege in gehadt. Sij moest alle daegen de courant voor hem lesen en die hem beduye. Hij heeft twee vrouwe gehadt, die de lelijkste niet en waeren, daer hij veel kinderen bij geteelt heeft, dog sijn altezaemen overleeden, het welk mijn muy, Ytie Haanties, mijn verhaalde doen ick int jaer 1695 met mijn vrouw in Frieslandt bij haer was, dat sij met man en kinderen, te weeten de dogter van Jan Voogelesang, die winter altezaemen waere overleeden, soo dat het geslagt van mijn moeder heel uyt gestorven is.”
Jan Jansz. zou in Amsterdam bij Rembrandt geleerd hebben. Dat is best mogelijk, Rembrandt had via zijn vrouw Saskia banden met Franeker. Uit het werk van Jan Jansz. is het niet op te maken. Zijn portretten staan meer in de traditie van de Leeuwarder schilder Wijbrand de Geest. Jan Jansz. de Stomme vertrok na zijn leertijd in 1643 naar Groningen. Daar werd hij de schilder van de plaatselijke society. Hij trouwde in 1648 met Catharina Solingius, die een jaar later stierf, waarschijnlijk in het kraambed. In 1650 hertrouwde Jan met Aaltje Stevens en kreeg met haar twee dochters. In 1658 worden twee voogden aangesteld voor Petertien, het dan 5 jarige kind. Waarschijnlijk waren Jan, Aaltje en Jantjen, het jongste dochtertje, toen al gestorven.
De zelfportretten van Jan Jansz. de Stomme zijn het waard om in Museum Martena te hangen, ware het niet dat ze in zeer slechte staat verkeren. Het museum moet op zoek naar geld om de werken te laten restaureren. Dan kan de “stem” van De Stomme gehoord worden.

Sluitgewicht